Zoek je werk?

Zoek je werk?

Het onbenut arbeidspotentieel zonder werk kleinste in tien jaar. Het aantal personen in het onbenut arbeidspotentieel zonder betaald werk daalde in 2019 tot 680 duizend, het laagste aantal na 2008. Het gaat om 314 duizend werklozen volgens de officiële ILO-definitie en 366 duizend mensen die ofwel zochten naar werk ofwel beschikbaar waren. In de periode 2014-2018 had gemiddeld 19 procent van de personen in het onbenut arbeidspotentieel zonder werk drie maanden later wel werk. Mensen die zichzelf als werkzoekend beschouwden vonden vaker werk dan mensen die dat niet deden. Dit meldt het CBS in het artikel ‘Van werk zoeken naar werk vinden’.

Werklozen vormen het direct inzetbare potentieel voor de arbeidsmarkt: ze hebben recent naar werk gezocht en zijn direct beschikbaar. Degenen van 15 tot 75 die geen betaald werk hebben en aan één van beide voorwaarden voldoen, worden niet beschouwd als werkloos volgens de definitie van de International Labour Organization, maar vormen, samen met de werklozen, het onbenut arbeidspotentieel zonder werk. 212 duizend mensen hadden in 2019 niet recent naar werk gezocht, terwijl ze wel beschikbaar waren voor werk. Hiervan gaven 65 duizend personen aan dat zij van het zoeken weinig resultaat verwachtten. Deze groep wordt in het algemeen aangeduid als ontmoedigden. Verder waren er 154 duizend niet beschikbaar voor werk, maar hadden wel gezocht. Het gaat dan bijvoorbeeld om studenten die nog niet direct beschikbaar zijn voor werk, maar zich wel al aan het oriënteren zijn op werk na de studie.

Het totale onbenut arbeidspotentieel omvat ook nog deeltijders die meer willen werken en hiervoor beschikbaar zijn.

Werkloosheid relatief sterk gedaald

Het onbenut arbeidspotentieel zonder werk (15 tot 75 jaar) nam sinds het begin van de economische en financiële crisis in 2008 toe tot bijna 1,2 miljoen personen in 2014. Hierna is het onbenut arbeidspotentieel zonder werk gaan dalen. Met bijna 350 duizend was de daling in de werkloze beroepsbevolking duidelijk groter dan die van het overige arbeidspotentieel zonder werk dat 140 duizend afnam.

Jongere leeftijdsgroepen onder werklozen sterker vertegenwoordigd

Zowel van  de werkloze beroepsbevolking als van het overig onbenut potentieel zonder werk vormden jongeren (15 tot 25 jaar) de grootste groep. Het gaat daarbij om ongeveer een derde voor iedere groep. De overige leeftijdsgroepen behalve die van 65 tot 75 jaar zijn bij de werklozen iets sterker vertegenwoordigd dan bij het overig onbenut potentieel. Bij de 65- tot 75 jarigen is dit omgekeerd:  in het overig onbenut potentieel komen zij (duidelijk) vaker voor.  

Werklozen vinden vaker werk dan overig onbenut potentieel

Over de periode 2014-2018 had gemiddeld 19 procent van het arbeidspotentieel zonder werk drie maanden later betaald werk. Bij de werklozen lag dit percentage op 22. Onder personen in het overig onbenut arbeidspotentieel zonder werk had gemiddeld 14 procent betaald werk na drie maanden. Voor het deel van het overig potentieel dat zichzelf omschreef  als werkzoekende was dit met 18 procent duidelijk hoger. Onder de niet-werkenden die niet zochten en niet beschikbaar waren, had 3 procent werk na drie maanden.  

Uit het onbenut potentieel zonder werk vinden jongeren naar verhouding vaak na drie maanden betaald werk. Van degenen uit het onbenut potentieel zonder werk die zich als scholier of student beschouwen, vond in de betreffende vijfjaarsperiode 27 procent betaald werk. Waren zij bovendien werkloos (zowel op zoek als beschikbaar) lag dit percentage bij 32, onder het overig onbenut potentieel (op zoek of beschikbaar) bij 23 procent. 

Bronnen