Daling JeugdzorgPlus zet door

Afbeelding van Jeniffer, Wai Ting Tan via Pixabay

Het aantal jongeren dat in 2019 in de gesloten jeugdzorg -de zogenoemde JeugdzorgPlus- een (of meerdere) plaatsing(en) heeft gehad, is met 5% gedaald ten opzichte van 2018. Ook in 2018 was er sprake van een daling t.o.v. 2017. De afname is te verklaren door de diverse ontwikkelingen die gaande zijn in de zorggebieden Noord-West (afname 10%), Noord (afname 18%) en Zuid (afname 9%). Alleen vanuit zorggebieden Zuid-West en Oost is een stijging van het aantal unieke jongeren met een plaatsing te zien van 5 respectievelijk 1%. De cijfers komen uit de jaarlijkse plaatsingsgegevens JeugdzorgPlus.

Veel spoedmachtigingen
Sinds begin januari 2018 wordt bij de plaatsing geregistreerd of het om een spoedmachtiging of een reguliere machtiging gaat. Bij een spoedmachtiging moet een jongere binnen 24 uur geplaatst worden. Bij 66% van de plaatsingen in 2019 werd een spoedmachtiging afgegeven. Opvallend hierbij is het verschil in de percentages van de verschillende zorggebieden: vanuit de zorggebieden Noord-West en Oost is dit percentage het hoogst met 71% en vanuit zorggebied Noord het laagst met 61%. Als alleen gekeken wordt naar nieuwe (eerste) plaatsingen, dan gaat het zelfs om een landelijk percentage van 79%. Bas Timman, bestuurslid van Jeugdzorg Nederland: “Dit aandeel spoedmachtigingen is zorgelijk en niet wenselijk. In elke regio of landsdeel ligt de opdracht bij de verwijzers (Gecertificeerde Instelling en de Jeugdteams van gemeenten) om samen met JeugdzorgPlus een plan op te stellen hoe deze spoedplaatsingen kunnen worden teruggedrongen.”

Daling plaatsingen in vrijwillig kader
Het aandeel plaatsingen zonder kinderbeschermings- of jeugdreclasserings-maatregel ofwel de plaatsingen in het vrijwillig kader is voor het eerst sinds 2016 is gedaald. In 2019 was landelijk gezien bij 22% van de plaatsingen sprake van een plaatsing in het vrijwillig kader. In 2018 lag dit percentage op 25%. De afname lijkt het resultaat te zijn van het inrichten van overlegtafels in de regio’s, waar gemeenten met de gecertificeerde instelling en zorgaanbieders bespreken wat een passende plek voor een jongere is en welke alternatieven er zijn voor gesloten plaatsing. Jongeren zonder maatregel worden dan minder snel gesloten geplaatst. De in 2019 beëindigde plaatsingen hadden een gemiddelde duur van 6 maanden. In 2018 was dit nog 6,2 maanden.

Gedeelde ambities
Met de cijfers van de rapportage wordt gemonitord hoe het plan ‘De best passende zorg voor kwetsbare jongeren’ zich ontwikkelt. De sector heeft met dat plan tot doel om de huidige JeugdzorgPlus te verbeteren en plaatsingen in de JeugdzorgPlus in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. Dit doel wordt breed gedeeld.

Bas Timman: “De branche is hard aan het werk om de zorg kleinschaliger te maken en om de jongeren meer maatwerk te bieden. In de regio’s wordt meer de samenwerking gezocht om alternatieven voor geslotenheid te ontwikkelen, meer thuis, kleinschaliger en gezinsgerichter. Een sterk regionaal netwerk is ook van groot belang om te zorgen dat er voldoende vervolgplekken zijn. We zien op verschillende plekken al dat gemeenten hun opdrachtgeverschap door regionale samenwerking verstevigen en dat er kaders komen voor reële tarieven en zorgvuldigheidseisen bij de inkoop. Dat zijn belangrijke waarborgen waarmee we de gedeelde ambitie om meer kinderen zo thuis mogelijk te laten opgroeien daadwerkelijk waar te kunnen maken.”