Aantal werknemersbanen krimpt met 23 duizend in maart

Aantal werknemersbanen krimpt met 23 duizend in maart

Het aantal werknemersbanen is van februari op maart 2020 met 23 duizend afgenomen. Nog niet eerder sinds het begin van de maandstatistiek in 2006 kromp het aantal banen in maart. Doorgaans groeit het aantal banen in het begin van het jaar. De meeste banen verdwenen in de bedrijfstakken cultuur, sport en recreatie, in de horeca en de verhuur en overige zakelijke dienstverlening. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe maandcijfers.

De afname van werknemersbanen is het saldo van nieuwe en verdwenen banen. In sommige bedrijfstakken, zoals de zorg, het onderwijs en het openbaar bestuur, groeide het aantal banen in maart. Daartegenover stond een grotere krimp in de bedrijfstakken die werden getroffen door de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. In de horeca verdwenen van februari op maart 14 duizend banen (-3,3 procent) en in de bedrijfstak cultuur, sport en recreatie 3 duizend (-2,1 procent). In de bedrijfstak verhuur en overige zakelijke diensten gingen 13 duizend banen teloor (-1,3 procent). Onder de laatste bedrijfstak vallen onder meer de uitzendbureaus. Het aantal banen in deze bedrijfstak liep overigens al langer terug.OnderwijsGezondheids-en welzijnszorgOpenbaar bestuuren overheidsdienstenLandbouw, bosbouwen visserijIndustrieInformatie encommunicatieSpecialistischezakelijke dienstenDelfstoffenwinningEnergievoorzieningWaterbedrijvenen afvalbeheerBouwnijverheidVervoer en opslagFinanciële dienstverleningVerhuur en handelvan onroerend goedOverige dienstverleningCultuur, sporten recreatieHandelVerhuur en overigezakelijke dienstenHorecaAlle economischeactiviteiten-25-20-15-10-505Banen van werknemers, maart 2020verandering t.o.v. een maand eerder, x 1 000Landbouw, bosbouw
en visserij
■ Verandering t.o.v. februari: 1 duizend
Toon tabelBanen van werknemers, maart 2020

Afname banen uitzonderlijk voor begin van het jaar

In de regel worden deze banencijfers gepresenteerd met seizoencorrectie, omdat er een terugkerend patroon is in de toe- of afname van werknemersbanen in bepaalde perioden van het jaar. Een zuivere vergelijking tussen maanden zou anders niet mogelijk zijn. Door de uitzonderlijke economische omstandigheden die gepaard gaan met de coronacrisis, worden de banencijfers voor maart hier zonder seizoencorrectie gepresenteerd. Er zijn wel seizoengecorrigeerde cijfers beschikbaar op StatLine.

Een daling van februari op maart is niet eerder voorgekomen sinds de maandstatistiek over werknemersbanen wordt gemaakt (2006). Zelfs ten tijde van de financiële crisis in 2009 was er een bescheiden groei. Vorig jaar was de groei van februari op maart (ongecorrigeerd) in deze periode nog 0,6 procent. Dit jaar was er een daling van 0,3 procent.

65 duizend oproepbanen minder

Er verdwenen vooral flexibele banen. Zo waren er in maart 65 duizend oproepbanen en 8 duizend uitzendbanen minder dan een maand eerder. Ook het aantal reguliere banen met een tijdelijk contract nam af. Bij de flexibele arbeidscontracten nam alleen het aantal stageplaatsen licht toe. Overigens was er in 2019 al een dalende trend in het aantal flexbanen.
Bij de vaste banen, reguliere banen met een contract voor onbepaalde tijd, zette de groei door in maart.

Werknemers met een flexibel contract verliezen meestal als eerste hun baan als er ontslagen moeten vallen. Werknemers die in maart niet konden werken maar wel kregen doorbetaald, bijvoorbeeld vanuit de NOW-regeling, de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging werkgelegenheid, blijven in dienst bij hun bedrijf. Deze banen worden dus meegeteld in deze cijfers.Regulier en WSW, onbepaalde tijdStageplekDirecteur-grootaandeelhouderRegulier en WSW, bepaalde tijdOp uitzendbasisOp oproepbasis0-75-50-25255075Banen van werknemers, maart 2020verandering t.o.v. een maand eerder, x 1 000Toon tabelBanen van werknemers, maart 2020

In het merendeel van de banen die verloren gingen werkten jongeren van 15 tot 20 jaar. In de bedrijfstakken die door de coronamaatregelen belemmerd werden in de bedrijfsvoering, zoals de horeca, werken relatief veel jongeren. Ook wordt daar veel gewerkt met oproepkrachten.15 tot 20 jaar20 tot 25 jaar25 tot 30 jaar30 tot 35 jaar35 tot 40 jaar40 tot 45 jaar45 tot 50 jaar50 tot 55 jaar55 tot 60 jaar60 tot 65 jaar65 tot 75 jaar-22,5-20-17,5-15-12,5-10-7,5-5-2,502,55Banen van werknemers, maart 2020verandering t.o.v. een maand eerder, x 1 00055 tot 60 jaar
■ Verandering t.o.v. februari: 0 duizend
Toon tabelBanen van werknemers, maart 2020

Uit cijfers over het jaar 2019 blijkt dat het grootste deel van alle oproepkrachten (een derde) bestaat uit jongeren van 15 tot 20 jaar. Een kwart is tussen de 20 en 25 jaar en een tiende tussen de 30 en 35 jaar.De uitkomsten van de ontwikkeling van werknemersbanen op basis van registraties (StatLinetabel Werkgelegenheid, banen, lonen, SBI2008 per maand zijn deze maand voor het eerst vervroegd beschikbaar. In het vervolg wordt deze tabel steeds tweeënhalve maand na het verstrijken van de verslagmaand geactualiseerd.

Bronnen